Nederland is opgeschrikt door het overlijden van een grensrechter na mishandeling door spelers. Zelf dacht ik, dit kan toch niet waar zijn.Gelukkig kijk ik naar basketball, daar gebeuren zulke dingen niet. Maar direct daarna dacht ik,ook bij ons wordt vanaf de tribune de onnodige opmerkingen richting zijn scheidsrechter geroepen. Je kunt het niet vergelijken met de vreselijke gebeurtenis rondom de grensrechter.Maar ook bij basketbal geldt respect voor iedereen en met name voor de scheidsrechter. Op 6 december las ik in het Leidsch Dagblad een column van Dick van der Plas. Deze wil ik jullie niet onthouden; het is uit mijn hart gegrepen. Maar goed, als we dit nu gelezen hebben, gaan we dan weer over tot de orde van de dag? Ik zeg nee! Laten we aan de wand van de sporthal Cleijn Duin een opvallend bord plaatsen met een aansprekende tekst die respect benadrukt voor de scheidsrechters. Zodat we hieraan herinnerd worden en elkaar hierop kunnen wijzen.

Kees Ouwehand vrz sponsorcommissie

Tekst van artikel:
Scheids!

Aan twee kanten zit ik ingeklemd tussen wat in de terminologie van de sport ‘rijouders’ worden genoemd. Keurige mensen met een auto van de zaak, die mij voorafgaande aan dit uitduel nog op een cappuccino hebben getrakteerd in de kantine van het sportcomplex waar onze nazaten de zoveelste aframmeling van een zich eindeloos voortslepend seizoen te wachten staat. Met twintig supporters is de wedstrijd niet bepaald uitverkocht en des te indringender komt de stem bij me binnen waarmee de vrouw naast me zich tot de scheidsrechter richt. ,,Hé, malloot! Ben je blind? Zie je dan niet dat hij hem vastpakt!”
Het gaat op de toon die varkens bewaren voor momenten waarop ze onverdoofd worden
gecastreerd. Maar deze moeder produceert er verstaanbare teksten mee. ,,Wat doe je nou, man! Die ingooi was voor ons!” Haar wederhelft zorgt voor verbale ondersteuning met de eenlettergrepige keelklanken waarmee zijn verre voorvaderen ruzie maakten over wie welk wijfje mee naar zijn hol mocht slepen.
,,Wroaaah! Ho! Héééé!”
Mijn bewondering gaat vooralsnog uit de naar de scheidsrechter, een knul van een jaar of zestien die in niets uitstraalt dat hij door zijn club min of meer is verplicht om de cursus voor leidsman te volgen. Het is bij veel verenigingen een middel om ook voor de jongste leden een bevoegde fluiter binnen de lijnen te brengen, maar het brengt deze generatie ook bij aan wat voor druk de scheidsrechter wordt blootgesteld.
,,Komt er nog geluid uit die fluit!? Blazen, eikel!”
Ik probeer wat van haar weg te schuiven, om de thuissupporters ervan te doordringen dat ik er niet bij hoor. Maar de moeder aan de andere kant van me voel ik verstarren als onze lijven elkaar raken. Het begrip ‘rijouder’ moet niet in negatieve zin aan mij gaan kleven.
,,Wat doe je nou, scheids?! Hij begon met duwen!”
Zelf heb ik me ook weleens schuldig gemaakt aan inmenging met het spel. Ik was zo’n ouder die vanaf de tribune aanwijzingen riep naar zijn kroost op het veld, totdat ikvan die kant te horen kreeg dat mijn tips haaks stonden op de door de coach uitgestippelde tactiek. De scheids kan op mijn voortdurende coulance rekenen. Enerzijds omdat het in de potjes waarin mijn jongste nazaat acteert, helemaal nergens over gaat. Maar anderzijds omdat ik veel bewondering koester voor de vrijwilligers die een substantieel deel van hun zaterdag besteden aan het in goede banen leiden van het spelletje.
,,Zielepiet! Daar is toch niks aan de hand!”
Bij competitiewedstrijden op dit niveau is de scheidsrechter een combinatie vanpeuterleider, wijkverpleegkundige en randgroepjongerenwerker. Hij legt uit welke overtredingen er zijn gemaakt, veegt snot- en bloedneuzen af, pelt een kluwen kinderen omzichtig van de bal, zet de spelers na een overtreding weer op de juiste plek en legt het spel stil voor educatief beraad, bijvoorbeeld wanneer na zoiets verwarrends als de rust opeens een andere kant op moet worden gespeeld.
,,Doe toch eens normaal, scheids! Dit gaat toch helemaal nergens over?”
Ik heb veel scheidsrechters zich voor dit soort tribunehooligans Oost-Indisch doof zien houden, maar in dit geval legt de zestienjarige het spel stil, loopt naar de moeder op de tribune en zegt: ,,Het lijkt me beter als u de wedstrijd na de rust vanuit de kantine bekijkt.”
Als de vader van de keelklanken na afloop overeind komt en het veld opstiert om de jeugdige scheidsrechter zijn eenlettergrepige visie op het verloop van de wedstrijd te geven, wordt hij weggetrokken door zijn zoon. ,,Doe even normaal, pa. Ik schaam me dood.”

Maar dat was met basketbal.
In voetbal gaat het er wellicht anders aan toe.